Anoniem verhaal
Ik kan dit er nu niet bij hebben
Anoniem·± 3 min lezen

Ik ben aan het re-integreren als een collega vraagt of ik twee zaken kan overnemen. “Makkelijke zaken.” Mijn hoofd maakt er meteen een heel gevecht van, terwijl het antwoord eigenlijk heel simpel is.
Vandaag kreeg ik een berichtje van een collega. “Hey, kan je een paar zaken van mij overnemen? Het zijn makkelijke zaken.”
Op zich klinkt dat als een heel normale vraag. Het zijn maar een paar zaken. Ze zijn makkelijk. En je wilt je collega natuurlijk helpen.
Maar ik ben op dit moment aan het re-integreren.
Ik bouw mijn werk rustig weer op. Ik doe alleen de lichtere dingen. Ik beantwoord klanten per mail, maar ik bel nog niet, ik ga nog niet op bezoek en ik pak geen extra taken op. Het idee is juist dat ik stap voor stap terugkom. Niet in één keer alles, maar beetje bij beetje. En iedereen weet dat.
En toch kreeg ik de vraag of ik twee zaken kon overnemen.
Mijn eerste gedachte was meteen helder: dit kan ik er helemaal niet bij hebben.
Maar toen begon ik toch te twijfelen. Dat is het gekke. Nog voordat ik iets had geantwoord, ging mijn hoofd al aan het werk. Ik zocht naar redenen waarom ik eigenlijk wél zou moeten. Alsof mijn eigen nee eerst een goedkeuring nodig had voordat ik hem mocht uitspreken.
Want de manager van het team is op vakantie. Het is een klein team en we hebben vaker te maken met onderbezetting. En mijn collega had een goede reden: ze was zelf een tijd weg geweest en moest haar werk weer oppakken.
Ik begreep dus precies waarom ze het vroeg. Het was een terechte vraag, van iemand met een goed verhaal, op een moment dat het druk was. Er was niets geks aan haar vraag.
Begrijpen waarom iemand iets vraagt, is niet hetzelfde als het moeten oplossen.
Dat was het moment waarop het kwartje viel. Ik ben zelf aan het herstellen. Ik heb op dit moment genoeg aan mijn eigen werk. En het is niet mijn taak om het gat op te vullen dat ontstaat als er tijdelijk minder mensen zijn.
Er zijn andere collega’s. En als de bezetting een probleem is, dan is dat iets voor het team of de manager om op te lossen. Niet iets wat stilletjes op het bordje mag belanden van degene die net weer aan het opbouwen is.
Dus ik heb gewoon gezegd dat ik het niet kon doen. Dat het er op dit moment niet bij kon. Zonder lang verhaal, zonder drie alinea’s uitleg.
En eigenlijk was dat het.
Mijn collega reageerde heel normaal. Ze zei:
Heel goed dat je het aangeeft. Succes met je herstel, je bent goed bezig.
En ik zei: “Dankjewel.” Klaar. Geen discussie. Geen gedoe. Geen ruzie.
En achteraf dacht ik: waarom maakte ik het mezelf vooraf zo moeilijk? Ik had in mijn hoofd al een heel gesprek gevoerd. Ik had me al verdedigd tegen bezwaren die niemand had gemaakt. Ik had me schuldig gevoeld over een nee die ik nog niet eens had uitgesproken.
Want het was gewoon een vraag. Zij mocht vragen of ik iets kon overnemen. En ik mocht zeggen dat ik dat niet kon. Allebei mocht.
Dat betekent niet dat ik niet wil helpen. Het betekent niet dat ik een slechte collega ben. Ik geef gewoon aan waar mijn grens ligt.
En misschien is dat precies wat ik steeds meer leer. Een grens aangeven hoeft niet hard of onaardig te zijn. Je hoeft jezelf niet uitgebreid te verdedigen. Je hoeft niet uit te leggen waarom de ander een probleem heeft. Je hoeft niemand de schuld te geven.
Je kunt gewoon zeggen wat waar is.
Ik kan dit er op dit moment niet bij hebben. En dat is genoeg.
Wat herken je hierin?
Deel dit
Dit verhaal is gebaseerd op echte ervaringen. Namen en herkenbare details zijn veranderd of weggelaten om de identiteit te beschermen.